Geschiedenis

Geschiedenis Genneper watermolen of Gennepermolen

Gennep

De naam Gennep zou helder water kunnen betekenen of duiden op de samenvloeiing van twee rivieren. De Dommel en de Tongelreep komen hier namelijk samen. Het gebied is een kleinschalig beekdallandschap, gevormd door die twee rivieren en is een groen gebied.

TIJDLIJN

1249 Ene Lodderken en zijn vrouw Adeilis schenken 21 april al hun bezittingen, waaronder de Genneper watermolen als liefdesgift- tot heil van hun ziel- aan de Norbertijnse Priorij van Postel. Zouden ze beiden kinderloos zijn gebleven? Want normaal bidden de kinderen voor het zielenheil van de ouders.

1334 Uit een giftbrief van Johannes, genaamd Pedelere, van 8 september blijkt de cijns van zijn goederen op Gennep, wederom als ziel (= lafenis), aan broeder Arnoldus van het klooster Floreffe. (Wallonie)
Willem, genaamd de Vos, molenaar van Gennep moet de erflast van Johannes, te weten 30 cijnspenningen voldoen, steeds op 2 februari, Maria Lichtmis, 25 schepel (= 250 liter) meel (8 zakken) ‘volgens goed Eindhovense maat’. De hypotheek, voor het gebruik van de watermolen was twaalf schepel rogge ‘Eindhovense maat’.

1340 Molenaar Willem Vos krijgt van de abdij de molen, de boerderij en alles wat erbij hoort in altijddurende pacht. (HJ)

1420 Geerwich van Doerne verpacht de hoeve voor zes jaar aan Dirck Dircx Didden van den Velde, met uitzondering voor de helft van de twee molens (HJ).

1428 Wouter van Gennep en Wouter Jan Wouters pachten van Geerwich, weduwe van Robbrecht Oem van Buchoven, de helft van de molens en de dijk bij de molens. (HJ)

1545 de molen was in gebruik als graan- (koren-) én schorsmolen (voor de leerlooierij).

Banmolen
Dwang- of banmolen was de Genneperwatermolen. Dat wil zeggen dat de boeren verplicht waren om hier te malen. Het doel was om een deel, bijvoorbeeld een tiende, van (de waarde van) het graan als belasting te innen. Daarom is het bruggetje aan de andere kant van Gennep zo smal. De boeren konden daar met paard en wagen overheen om in Stratum graan te laten malen. Het feodale recht van molendwang is in West-Europa in de 12e eeuw ontstaan.

1545 Karel V stelt de pegel vast.

Pegel
De pegel geeft de maximale waterstand voor de molen aan. Er is vaak een conflict tussen de boeren die de waterstand laag willen hebben en de molenaars die de waterstand hoog willen hebben.

1569/1571 Bij het opstellen van de belastingcohieren van de 100ste penning bestaat de Gennepermolen uit een koren- en schorsmolen en is in het bezit van Henrick Wilms (vermoedelijk Van Houtert) en zijn zuster Margriet. (HJ)

1582 Gennepermolen gaat in vlammen op tijdens de aanval van Spaanse troepen op Eindhoven (HJ)

1583 Januari (tijdens de 80 jarige oorlog 1568-1648) kreeg graaf Van Mansfelt de opdracht van de hertog van Parma (landvoogd en veldheer van de Nederlanden namens Philips II) om het stadje ‘Eynthoven’ te heroveren en Kempenland te zuiveren van Staats (anti-paapse) troepen. Echter onder verdediging van de Staatse aanvoerder Bonnivet werd de watermolen om strategische redenen verwoest.(GvA blz. 40) Taktiek van de verschroeide aarde.

1585 De molen wordt na het overlijden van Hendrick Willem van Houtert in erfpacht gegeven aan Wouter Robben(HJ). Omdat Van Houtert een betalingsachterstand bij het klooster heeft. (GvA)

1586 Drie jaar later is de herbouw van de molen gereed. Daarvoor waren 15 wagens met hout uit Postel nodig voor de herbouw van de ark. (GvA)

Ark
De Ark is het kanaal achter de sluis waar het rad in draait.

1588 De erven van Van Houtert pikken dit niet en nemen de molen met geweld weer in hun bezit. Bij een nieuwe gerechtelijk procedure worden ze in het ongelijk gesteld en kan Wouter Robben weer gaan malen. (HJ)

1598 Theodorus van de Geest wordt de eigenaar. Hij volgt Jan Leyten, de sub-drosseart van Eindhoven op.

1618 na de erfdeling van Clara van Steijnvoirt, weduwe van Jan van Houtert wordt haar schoonzoon en Eindhovenaar Willem Franssen van Flodrop de eigenaar van de molens. (GvA)

1622 Willem van Flodrop breidt de molen uit met een ‘werk’ om te vollen. Dit moet gebeuren met de bestaande 2 raderen. (HJ) Hij mocht dit doen omdat de oliemolen door misoogsten al drie jaar niet gedraaid had. (GvA)

Vollen
Vollen is een behandeling waarbij wollen, laken stof wordt veredeld door de vezels tot een dichte massa ineen te werken of te vervilten.
Volmolen of voldersmolen = een industriemolen die werd gebruikt om wol te ‘vollen‘. Vollen is een nabewerking van geweven wollen stof waardoor de kwaliteit sterk verbeterde. Deze wollen stof was een tussenproduct van de lakenindustrie. De bedoeling was om de weefselstructuur dichter en vaster te maken (vervilten). Om dit te bereiken moest de stof urenlang, voor sommige kwaliteiten zelfs dagenlang, gekneed worden. Hiertoe stonden in de begintijd voetvollers in een kuip en stampten met hun voeten op het natte laken. Hierbij werden toevoegingen zoals vollersaarde, urine en zeep gebruikt om het vervilten te bevorderen. Later vanaf de 17e eeuw werden volmolens, aangedreven door paarden, wind of water toegepast, die met houten stampers het laken bewerkten. Volmolens hadden ruime schuren of zolders om het laken te drogen. De met water aangedreven volmolen had vaak een uitwendig scheprad. In de steden was het rad meestal inwendig aangebracht, het water stroomde dan onder de molen door een duiker.

1624 De molens worden verkocht voor ƒ 4000,- aan Aert Adriaansezoon Peters uit Gestel. (HJ)

1625 Jan Leyten, zwager van Willem van Flodrop en schout van de stad en plaatsvervangend drossaard van de stad Eindhoven, neemt de molen over van Aert en verpacht hem aan een molenaar.

1657 Overlijdt Jan Leyten (GvA 42)

1627 Na het overlijden van Jan Leyten komen de molens aan zijn dochters Maria en Clara en wordt bemalen door Margriet, de weduwe van achterneef Jan Jacob Leyten. (HJ)

1648 De rechten worden geconfisqueerd. De molen is dan bijna 4 eeuwen in het bezit geweest van het klooster. (PH)

1682 Frans Bloemarts, de man van Marie Leyten, spant een proces tegen Margriet aan, omdat ze een betalings achterstand van fl 1.500,- heeft. (GvA)

1684 Marie overlijdt. (HJ)

1691 Aert Haubraecken bemaalt de korenmolen en verhuurt de olie- en volmolen aan Jan Adriaens van de Sande. (HJ)

1697 Jan Leyten, oom- en tantezegger van Jan Jacob Leyten en Margriet, is molenaar. (HJ)

1705 Godefridus Bloemarts verkoopt, mede namens de andere eigenaren, de molen aan Adriaan van Rijsingen voor fl. 4200,-. Die hem verpacht, voor 6 jaar aan Peter van Mierlo en Abraham de Laure. (HJ)

1707 De pegel wordt opnieuw ingesteld. Misschien omdat de molenaar hem had verzet.

1722 Willem van Rijsingen erft de molen van zijn vader en start een grondige restauratie en verpacht hem aan Jan van Hapert. (HJ)

1729 Willem verpacht de molen met de boerderij voor 6 jaar aan Jan van Hapert (GvA)

1725 De waterwerken worden verbeterd.

1727 Alle drie de functie worden nog vermeld.

1734 Het molencomplex wordt vererfd aan 2 zusters van Willem, Johanna en Elisabeth (HJ)

1749 Elisabeth laat de molen veilen en gaat voor fl. 1535,- over aan Marie van Dooren, weduwe van   Christiaan Heuvelmans. (HJ)

1750 De molen is een koren- en boekweitmolen.

1800 De kinderen van Maria verkopen hun eigendom voor fl. 3880,- aan Theodorus Smits uit Mierlo. Hij voert een grondige verbouwing door. (HJ)

1801 Er wordt vergunning aangevraagd om een -blijkbaar eerder verdwenen- tweede waterrad aan te brengen en verbetering van de waterwerken. (Zie foto in de molen.)

1817 Er wordt zowel ’s zomers als ’s winters gemalen.

Wintermolen
Hoewel de Genneper watermolen eigenlijk een wintermolen is, dat wil zeggen dat er alleen tussen 15 september en 15 maart gemalen mocht worden.

1822 Na de dood van Theodorus wordt het bedrijf door zijn weduwe en later door haar zoon en twee dochters voortgezet. (HJ)

1828 Theodorus overleed maar de familie hield de molen tot 1883 in bezit. Zij hadden er een graanhandel met winkel, bakkerij en exploiteerde in het molenaarshuis een herberg. Zij verhuurde de molen aan verschillende molenaars waaronder de mulders Willem de Laure, Hendrik van hoven en diens schoonzoon Jan Camps.

1883 De laatste dochter Rumolda Veronica Smits overlijdt en de molen wordt afzonderlijk verkocht aan Anton J. Holten voor fl. 6190,- (HJ)

1884  De molen en toebehoren werd verkocht aan de huurder van de molen, Anton Holten, afkomstig uit Asten.

1884 Vincent van Gogh schildert de raderen en molens vier keer.

1903 Holten bouwt in de oude oliemolen een machinekamer met een zuiggasmotor om de capaciteit te vergroten. (HJ)

1927 Na het overlijden van Antoon wordt de molen overgenomen door zijn dochter Marie F. Holten. (HJ)
Gedurende 7 jaar was zijn dochter Marie, de mulder. Zij stond bekend als Marie de Mulder. Omdat de sluis in verval was geraakt kon de watermolen niet meer door water aangedreven worden. Marie liet de molen mechaniseren.

1930 De sluis bezwijkt door ouderdom. Kort hierna liet Vink er een motor inleggen. Na de modernisering verviel de molen meer en meer.

1930-40 De gasmotor wordt vervangen door een Thomassen dieselmotor, in de oorlog vervangen door een elektromotor.(HJ)

1933 Marie trouwt met Oswald H. Vink, die de nieuwe molenaar wordt. (HJ)

1934 Maria Holten trouwt met Oswald Vink.

1945 Marie (de Mulder) Holten overlijdt. (HJ)

1945 Frits Beelen komt als vaste knecht in dienst van Vink. (GvA)

1947 Na vertrek van Vink naar Arcen, wordt de molen verhuurd aan Jan Coppens uit Helvoirt. (HJ)

1951 Frits Beelen neemt samen met zijn broer Jo de molen over. Frits breekt het oude molenaarshuis af en bouwt bungalow die er nu nog staat en gaat daar wonen. Ze verkochten naast graan ook dierenvoeder. Ze lieten ook de grote graanschuur bouwen. Jo werkte bij de DAF en had het er goed naar zijn zin maar zijn moeder zei dat ze de molen moesten kopen.

1952 Na het vertrek van Jan Coppens naar Australië, verhuurt Oscar Vink de weduwnaar van Maria Holten molen aan zijn knecht Frits Beelen. (HJ) (GvA)

1953 De gemeente koop enkele percelen grond en het stuwrecht. De molenaar heeft het recht niet meer nodig want hij maalt machinaal. En de gemeente wil de grond omdat De Dommel, volgens de plannen, een onderdeel zou worden van een aan te leggen plantsoen.

1955 Koopt Frits Beelen de molen (GvA)

1957 De gemeente onteigent de bouwvallige molen en de molenaarswoning.(OG)(GvA) omdat de molen en aanhorigheden bestemd zijn voor recreatie.

1957 De culturele raad lanceert een gedurfd plan, een recreatie-eenheid van grote allure, ook voor toeristen, een soort Efteling of Madurodam. Anton Pieck wordt ingeschakeld en hij tekent naast de molen een hoofdgebouw dat overeenkomt met een 18e eeuwse tekening. De sociëteit Cultureel Contact is fel tegen dit plan en wil alleen passieve recreatie.

1959 B&W kiest voor om de molen te slopen omdat de restauratie fl. 160.00,- zou kosten maar wordt dankzij lobby van de Heemkunde kring Kempenland bij de raadsleden wordt B&W door de raad teruggefloten (HJ).(GvA) De wethouder van cultuur is zo boos dat hij daag daarna zijn lidmaatschap van de heemkunde kring opzegt.

1961 De gemeente Eindhoven koopt de molen en wordt eigenaar. (BHIC)

1962 Start van de restauratie van de Genneperwatermolen (HJ)

1963 De molen wordt gerestaureerd. In feite wordt het gebouw helemaal afgebroken en daarna opnieuw opgetrokken. Alleen het oude maalwerk blijft in tact en moet na de restauratie weer dienst gaan doen. (GvA)

1965 2 Juli de gerestaureerde molen wordt officieel in gebruik genomen. En verhuurt aan de gebroeders Beelen.

1981 Noodzakelijke vernieuwing van het rad, dat was rot en scheefgezakt, omdat aldus de gemeente, de molenaar verzuimde om het rad regelmatige te laten draaien. (GvA)

1985 De gemeente verhuurt de molen aan het bekende molenaars geslacht Van Stekelenburg. Bernard heeft er 32 jaar ingezeten. Hij had het beheer over de molen. Ook zijn vader Sjef was vaak aanwezig.

1989 Er volgt tot 1990 een tweede restauratie, waarbij de watergangen, de los- en maalsluizen en het molenhuis onder handen werden genomen.

1989 Er wordt een nieuw waterrad geplaatst (HJ)(GvA)

1989 Frits Beelen stopt in januari als molenaar en de huur gaat over aan Bernard van Stekelenburg uit Boxtel (HJ).(GvA)

1998 Een felle brand verwoest februari 10 het dak. Bij de reparatie daarvan wordt de overkapping van het waterrad weggelaten. Daardoor is het waterrad beter zichtbaar. De overkapping wordt bij de heemtuin neergezet. Door de hitte sprongen de molenstenen kapot.

1998 De watermolen in december weer helemaal hersteld.

2017 Bernard moet per 20 december de molen uit want hij maalde niet. Er komt een vrijwillige molenaar voor terug. Er wordt weer tarwe en spelt gemalen op de molen.

Bronnen:

GvA = Gennep voor altijd, Simon van Schooten, Paul Spapens, Jan Spoorenberg
OG = Oud Gestel, tussen Gender en Tongelreep; J.C. Jegerings
HJ = Huub Jacobs (Eindhoven in Beeld)
BHIC = Paul Huismans (Brabants Historisch Informatie Centrum)